Net zoals met het opleggen van loonsancties, is ook bij betaald ouderschapsverlof sprake van een situatie waarin het UWV opeens een (hoofd)rol krijgt in de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer.
Sinds augustus 2022 hebben werknemers die vader of moeder worden recht op 9 weken betaald ouderschapsverlof. De werknemer heeft recht op 9 weken betaald verlof als dit verlof binnen het eerste levensjaar van het kind wordt opgenomen. Een werknemer krijgt dan 70% procent van het (maximum) dagloon (of hoger als in de cao of arbeidsovereenkomst is bepaald dat de uitkering door de werkgever wordt aangevuld). De uitkering wordt in principe betaald door het UWV, tenzij de werkgever met het UWV is overeengekomen dat de uitkering via de werkgever wordt betaald.
Dat gaat niet altijd even soepel. Dat blijkt ook uit de casus waarover de rechtbank Overijssel een oordeel moest vellen (ECLI:NL:RBOVE:2025:3389).
Deze zaak gaat over de vraag of het UWV de WAZO-uitkering van een werknemer terecht via diens voormalig werkgever heeft uitbetaald. De werknemer vond dat hij de uitkering zelf rechtstreeks van het UWV had moeten ontvangen en stelde dat hij de uitkering niet van zijn voormalig werkgever had gekregen.
Waar ging het mis?
De werknemer is tijdens het dienstverband vader geworden en heeft met de werkgever afgesproken dat hij betaald ouderschapsverlof zou opnemen. Gedurende het betaalde ouderschapsverlof eindigt de arbeidsovereenkomst en stelt de werknemer later richting het UWV dat hij de uitkering niet heeft ontvangen van zijn werkgever.
De werknemer stelt bij de rechtbank dat het UWV onjuist heeft gehandeld door de uitkering aan zijn (ex-) werkgever te laten betalen. Volgens de werknemer had het UWV hem in bescherming moeten nemen tegen zijn ex-werkgever. Het UWV stelt dat zij op grond van de wet de toepasselijke cao de uitkering via de werkgever mocht betalen.
Wat vindt de rechtbank?
De rechtbank is het met het UWV eens:
- Op grond van de cao moest de uitkering via de werkgever betaald worden;
- Op grond van het Ziekenreglement 2017 is het UWV ook bevoegd de uitkering via de werkgever te betalen (artikel 2, tweede lid).
Er is wel een “maar” volgens de rechtbank
Op grond van artikel 3 lid 1 van het Ziekenreglement 2017 kan het UWV toch de uitkering aan de werknemer betalen, namelijk als de werkgever niet aan de werknemer heeft betaald. Dat moet dan wel vaststaan en dat is in deze casus (nog) niet duidelijk.
De rechtbank vindt daarom dat het UWV in overeenstemming met artikel 3 moet vaststellen of de werkgever uitkering al dan niet aan de werknemer heeft betaald. Als de werkgever de uitkering niet aan de werknemer heeft betaald, dan is de uitkering die het UWV aan werkgever heeft betaald onverschuldigd betaald.
Kortom: eenvoudiger zou het in dit soort casus zijn als het als het UWV (altijd) rechtstreeks aan de werknemer de uitkering overmaakt, zoals ook als uitgangspunt is genomen in artikel 2 lid 1 van het Ziekenreglement 2017.
