Vorige week woensdag was op rechtspraak.nl te lezen dat de rechtbank Rotterdam in drie zaken het beroep vanwege niet tijdig beslissen gegrond heeft verklaard en heeft bepaald dat het UWV een besluit bekend moet nemen binnen 30 weken voor werknemersberoepen en binnen 40 weken voor werkgeversberoepen. Dit in afwijking van de beslistermijn van 2 weken die de Wet dwangsom en beroep normaliter stelt bij een beroep wegens niet tijdig beslissen.
Deze langere beslistermijn voldoet volgens de rechtbank Rotterdam aan het criterium dat de beslistermijn niet onnodig lang en niet onrealistisch kort is. Daarbij meent de rechtbank dat het aan de politiek is om met grote voortvarendheid actie te ondernemen tegen de extreme achterstanden bij het UWV. De minister SZW onderzoekt op dit moment de mogelijkheid om in UWV-zaken waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, de dwangsomprocedure buiten werking te stellen.
Het buitenwerking stellen de dwangsomprocedure voor beslissingen waar een oordeel van een verzekeringsarts nodig is, doet m.i. afbreuk aan het doel van die wet: de burger een pressiemiddel bieden richting de overheid om een tijdige beslissing te krijgen. Als straks de dwangsomprocedure tijdelijk wordt afgeschaft voor verzekeringsgeneeskundige beslissingen, dan komt daarmee de rechtszekerheid van verzekerden en schadelast dragende werkgevers alleen nog meer in het gedrang.
Die rechtszekerheid is van groot belang voor alle partijen. Niet alleen bij WIA-beoordelingen, maar ook in het kader van Eerstejaars Ziektewetbeoordelingen is dat belangrijk. EZWB zijn geen beslissingen op aanvraag zoals een WIA-beoordeling, maar ambtshalve beslissingen die het UWV op grond van de wet (exclusief) moet nemen. Ook voor die beslissingen is het mogelijk rechtstreeks beroep in te stellen vanwege niet tijdig beslissen volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant, blijkt uit een recente uitspraak (ECLI:NL:RBZWB:2025:4890). Ook in deze zaak wordt echter de standaard beslistermijn van 2 weken na de uitspraak verlengd, ditmaal tot 4 maanden na de uitspraak (op straffe van een dwangsom), vanwege het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV. Geen fijne ontwikkelingen en wellicht zijn er betere oplossingen denkbaar dan het standaard verlengen van de beslistermijnen voor het UWV.
Zo zou bijvoorbeeld een theoretische schatting, die is voorbereid door de betrokken bedrijfsarts en een arbeidsdeskundige (niet van het UWV), hierin helpend kunnen zijn. Samen met andere professionals wordt er aan gewerkt om op basis van een door de bedrijfsarts opgestelde FML een theoretische schatting te doen die voldoet aan de (huidige) wet- en regelgeving.
Meer achtergrondinformatie vind je via de volgende links:
