Vorige week is tijdens het congres “lekker leven, lekker werken” veelvuldig het onderwerp mediation aan de orde gekomen. Toen ging het vooral over mediation als een redelijk voorschrift waar een werknemer in principe aan mee moet werken (behalve als de mediation gericht is op ‘exit’, of geen sprake is van een onafhankelijke/eenzijdig gekozen mediator, zie: ECLI:NL:RBAMS:2023:6036).
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van deze week (ECLI:NL:RBOVE:2025:6031) stond mediation ook in de schijnwerpers, maar nu vanwege een door het UWV opgelegde loonsanctie. In deze zaak heeft het UWV een loonsanctie opgelegd, omdat de werkgever in kwestie volgens het UWV kansen in de re-integratie heeft gemist.
Een van de verwijten die het UWV aan de werkgever maakt is dat de bedrijfsarts vanaf het ontstaan van het conflict tekort is geschoten in de begeleiding. Verder had het op de weg van de werkgever gelegen om – juist vanwege het conflict – eerder te starten met de re-integratie in het tweede spoor. Volgens de bezwaar-arbeidsdeskundige van het UWV was het ontstane conflict vlak na het eerste ziektejaar voldoende om te twijfelen aan de haalbaarheid van structurele hervatting binnen spoor 1 in een tijdsbestek van drie maanden. Mediation is natuurlijk de weg om het conflict op te lossen, maar volgens de bezwaar-arbeidsdeskundige had de werkgever parallel daaraan een spoor 2 traject moeten starten omdat “de uitkomst van de mediation zeer ongewis was”.
Hoe denkt de bestuursrechter in Zwolle daarover?
De bestuursrechter kan de bezwaar-arbeidsdeskundige van het UWV volgen, omdat gelet op de stappen die bij de re-integratie gezet moeten worden en de termijnen die daarbij gelden het op de weg van de werkgever had gelegen eerder spoor 2 in te zetten. De rechtbank benadrukt daarbij dat het enkele feit dat mediation al in gang was gezet, de werkgever niet ontlaat van de verplichting een 2e spoortraject te starten. Nu een arbeidsconflict was ontstaan had er ook (of misschien juist?) rekening mee moeten worden gehouden dat de mediation niet zou slagen. Daarom had het 2e spoor eerder moeten worden opgestart, zo nodig parallel aan het mediationtraject.
Kortom: is er sprake van een conflict rondom het eerste ziektejaar én is er belastbaarheid voor re-integratie, start dan parallel aan de mediaton spoor 2 op. Dat mediation plaatsvindt is volgens de rechtbank Overijssel geen reden om niet voortvarend de re-integratie in het tweede spoor in gang te zetten.
Overigens viel de schade van de werkgever in deze zaak mee: een succesvol bekortingsverzoek had al geleid tot een bekorting met ongeveer 8 maanden. De schade van de loonsanctie was dus relatief beperkt. Mogelijk is deze beroepszaak doorgezet in verband met de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de arbodienst/bedrijfsarts voor de inadequate sociaal-medische begeleiding...
