Als een werkgever eigenrisicodrager wil worden voor de WGA, dan is het verplicht om een garantstelling van een bank of verzekeraar te overleggen. Dat is op zich logisch, doordat een werkgever eigenrisicodrager voor de WGA wordt, draagt hij gedurende tien jaar de lasten (en re-integratiekosten!) van WGA-uitkeringen die aan werknemers vanuit het dienstverband met de eigenrisicodrager in de WGA stromen. De garantstelling van een bank of verzekeraar borgt dat de WGA-lasten ook na een faillissement betaald kunnen worden. Mocht een eigenrisicodrager failliet gaan, dan treedt de garantsteller dus feitelijk in de plaats van de eigenrisicodrager (die is immers failliet) voor wat betreft de financiële lasten van de WGA-uitkeringen.
Betekent dat dan ook dat de garantsteller dezelfde mogelijkheden toekomt in het kader van het verzoeken om een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een verzekerde die onder het WGA-risico van de garantsteller vallen?
Volgens de verzekerde in de kwestie waarin de Centrale Raad van Beroep op 13 februari 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:256) uitspraak heeft gedaan niet. In die zaak stelt de verzekerde - na meerdere wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheidspercentage - dat de laatste wijziging, van 80-100% naar 58,96%, naar aanleiding van een herbeoordelingsverzoek van de garantsteller, in strijd is met het convenant dat in 2013 tussen het UWV en het verbond van verzekeraars is gesloten (zie: https://claimencare.nl/wp-content/uploads/2017/01/convenant_verzekeraars-UWV.pdf). De verzekerde vindt daarom dat het UWV geen herbeoordeling op verzoek van de garantsteller had mogen doen. Los daarvan, voert de verzekerde overigens ook inhoudelijke medische en arbeidsdeskundige gronden aan op basis waarvan hij van mening is dat de beslissing van het UWV op het herbeoordelingsverzoek niet juist is.
De Raad geeft echter niet thuis: een garantsteller is terecht belanghebbende (dat volgt ook uit de uitspraak van de Raad uit 2019, zie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2019:655). Zodoende mag de garantsteller het UWV ook om een herbeoordeling verzoeken. Daarnaast treffen de medisch-arbeidsdeskundige gronden geen doel: het UWV heeft een juiste beslissing genomen.
Omdat de werkgever failliet is, is de garantsteller financieel verantwoordelijk in de plaats van de voormalig eigenrisicodrager en daarmee is er een financieel belang om een herbeoordeling te verzoeken bij het UWV. Het UWV mocht daarom op het herbeoordelingsverzoek van de garantsteller beslissen.
De post van vorige week ging over de (w)acht(er)stand bij het UWV en de verlengde termijnen over het beroep niet tijdig beslissen. Ook garantstellers zouden dus als belanghebbende van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken als niet tijdig op een herbeoordelingsverzoek wordt beslist.
