Begin april schreef ik over een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin de Raad besliste op het beroep van een WGA-gerechtigde dat het UWV bevoegd is om te beslissen op een herbeoordelingsverzoek van een garantsteller. Hier lees je dat bericht: https://maok.nl/juridisch/ook-garantsteller-is-belanghebbende-bij-herbeoordeling-van-wga-uitkering/
Als een WGA-eigenrisicodrager failliet is, is de garantsteller financieel verantwoordelijk in plaats van de voormalig eigenrisicodrager en daarmee is er een financieel belang om een herbeoordeling te verzoeken bij het UWV. Het UWV mocht daarom in deze zaak op het herbeoordelingsverzoek van de garantsteller beslissen, aldus de Raad.
Op 30 juni 2025 heeft de Raad (ECLI:NL:CRVB:2025:885) opnieuw een uitspraak gedaan over de positie van een garantsteller. In deze zaak gaat het over het verhalen van de kosten van een WGA-uitkering op een garantsteller. Het gaat in deze casus onder andere over het antwoord op de vraag of het UWV ook bij betalingsonwil van een WGA-eigenrisicodrager de uitkering op de garantsteller kan verhalen. Volgens de Raad is dat het geval en dat betekent voor garantstellers dus extra aandacht bij het overeenkomen van een garantstelling met een eigenrisicodrager voor de WGA.
De Raad benoemt in de uitspraak nog een aantal aanvullende (verduidelijkende) omstandigheden die van (financieel) belang zijn voor garantstellers:
- Als de eigenrisicodrager niet aan zijn verplichtingen voldoet, kan het UWV direct de garantsteller aanspreken. Het UWV hoeft bij faillissement niet eerst de curator aan te spreken om te kijken of de kosten uit de boedel kunnen worden voldaan.
- De garantstelling blijft ook gelden na het faillissement van de eigenrisicodrager. En ook als de onderneming van de failliete eigenrisicodrager wordt overgenomen door een ander bedrijf waarbij het risico van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op dat bedrijf overgaat en het overnemende bedrijf zijn betalingsverplichtingen tegenover het UWV vervolgens niet nakomt.
De Raad geeft met deze uitspraak dus meer duidelijkheid over de (financiële) positie van een garantsteller. Al met al betekent deze uitspraak van de Raad een vergroting van het financiële risico van garantstellers voor WGA-ERD’s en dus extra aandacht bij het aangaan van een garantstelling!
